Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012 V1.0 - GBZ Acrhief

Gemeente Belangen Zandvoort

Archief

Ga naar de inhoud

Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012 V1.0

Gemeente > Beleidsstukken
Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012 V1.0
Wat willen wij bereiken?

De participatieverordening is bedoeld voor het kennen en horen van verschillende belangen om zo een goede afweging te kunnen maken. De participatieverordening heeft grote voordelen voor zowel bewoners als de gemeenteraad van Zandvoort. Door de inbreng van verschillende groepen en/of inwoners komen er slimme oplossingen voor gezamenlijke problemen. De kwaliteit en duurzaamheid van het werk van de gemeenteraad wordt hiermee versterkt. Daarnaast werken gemeenteraad en inwoners samen aan een leefbare woonplaats. En niet onbelangrijk: samenwerken aan oplossingen, planvorming, uitvoering en beheer levert ook energie, inspiratie en plezier op! De kern van bewonersparticipatie is het laten beïnvloeden van activiteiten van de gemeente Zandvoort door haar inwoners. Participatie betekent daarnaast dat de gemeente Zandvoort tussentijds en achteraf maatschappelijke verantwoording aflegt over haar activiteiten waardoor ruimte ontstaat voor gesprek. De gemeente Zandvoort en bewoners kunnen vervolgens gezamenlijk vervolgstappen ontwikkelen. Het gaat om de voortdurende uitwisseling tussen de gemeente en haar inwoners. Daadwerkelijk samenwerken levert een enorme meerwaarde op:

  • Dankzij de inbreng en betrokkenheid van inwoners ontstaan slimme en goede oplossingen voor gezamenlijk herkenbare problemen. Participatie verbetert de kwaliteit en duurzaamheid van beleid, plannen, investeringen, dienstverlening en producten van de gemeente Zandvoort.
  • Werkelijke behoeften en wensen van verschillende inwoners komen aan de oppervlakte, worden herkend en krijgen de aandacht en inzet die nodig zijn. Door middel van participatie kan de gemeente Zandvoort en haar inwoners feitelijk van onderop (op basis van de ‘werkelijke behoeften’) bouwen aan een leefbare en duurzame woonplaats.

Samenwerking tussen professionals en bewoners genereert draagvlak, plezier, energie, betrokkenheid en inspiratie

Wat gaan we daarvoor doen?

Belanghebbendenonderzoek naar nut, noodzaak en effect voor die zaken waarvoor geen inspaakprocedure toepasbaar en/of wettelijk verplicht is.

Wat mag het kosten?

Het budget mag jaarlijks 6 euro per inwoner kosten. Dit bedrag is vergelijkbaar met andere gemeenten waar een dergelijke verordening van kracht is.

Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012

HOOFDSTUK 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
De verordening verstaat onder:

a.Inspraak:inspraakgerechtigden de mogelijkheid geven om hun mening over een gemeentelijk beleidsvoornemen kenbaar te maken;  
b.inspraakprocedure:de wijze waarop aan de inspraak gestalte wordt gegeven;
c.beleidsvoornemen: het op interactieve wijze betrekken van belanghebbenden en/of belangstellenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, in de vorm van raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;
d.participatie: het op interactieve wijze betrekken van belanghebbenden en/of belangstellenden bij de ontwikkeling van gemeentelijk beleid, in de vorm van raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;
e.raadplegen: het gelegenheid geven aan belanghebbenden en/of belangstellenden om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvorming worden betrokken;
f.adviseren:het vragen aan belanghebbenden om binnen vooraf gestelde kaders een gezamenlijk antwoord te geven op een door een bestuursorgaan geformuleerde vraag;
g.coproduceren: het door gemeente en belanghebbenden in gezamenlijk overleg ontwikkelen van een plan met inachtneming van vooraf meegegeven kaders;
h.meebeslissen: het gelegenheid geven aan belanghebbenden om binnen een vooraf aangegeven kader een bindende keuze te maken uit ten minste twee alternatieven;
i.belanghebbende:degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit betrokken is;
j.belangstellende:eenieder die aan een participatieproces wil deelnemen;
k.deskundige:een persoon die op uitnodiging van een bestuursorgaan deelneemt aan een door dat bestuursorgaan geïnitieerd participatieproces vanwege zijn specifieke kennis van het onderwerp waarop dat participatieproces betrekking heeft;
l.deelnemers:belanghebbenden, belangstellenden en deskundigen die deelnemen of hebben deelgenomen aan een bepaald participatieproces.
Hoofdstuk 2 Inspraak
Artikel 2 Onderwerp van inspraak
  • 1. Het betrokken bestuursorgaan besluit t.a.v. zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend; over inspraak ter voorbereiding van een raadsvoorstel van het college of de burgemeester besluit het college dan wel de burgemeester.
  • 2. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet of een verordening daartoe verplicht.
  • 3. Geen inspraak wordt verleend:
    1. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;
    2. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;
    3. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;
    4. betreffende de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;
    5. Ten aanzien van voorgenomen benoemings- en aanstellingsbesluiten.

Artikel 3 Inspraakgerechtigden
  • 1. Inspraak wordt verleend aan belanghebbenden.
  • 2. Het bestuursorgaan kan bepalen dat ook aan anderen dan belanghebbenden de gelegenheid wordt geboden hun zienswijze naar voren te brengen.

Artikel 4 Inspraakprocedure
  • 1. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4. van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing.
  • 2. Het bestuursorgaan kan voor een beleidsvoornemen een andere inspraak-procedure vaststellen.

Artikel 5 Eindverslag inspraakprocedure
  • 1. Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval:
    1. een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;
    2. een weergave van de zienswijzen die tijdens de inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;
    3. een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot aanpassing van het beleidsvoornemen wordt overgegaan.
  • 3. Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar.

HOOFDSTUK 3 Participatie

Artikel 6 Bevoegdheid tot het starten van een participatieproces

Het betrokken bestuursorgaan besluit binnen zijn eigen bevoegdheden of een participatie-proces wordt aangegaan. Over participatie ter voorbereiding van een raadsvoorstel van het college of de burgemeester besluit het college dan wel de burgemeester.

Artikel 7 Deelnemers aan een participatieproces

  • 1. Aan het participatieproces “raadplegen” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, kan eenieder deelnemen.
  • 2. Aan het participatieproces “adviseren” als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, kunnen belanghebbenden en deskundigen deelnemen.
  • 3. Aan de participatieprocessen “coproduceren” en “meebeslissen’ als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g respectievelijk h, kan worden deelgenomen door daartoe uitgenodigde belanghebbenden.
  • 4. Het bestuursorgaan kan bepalen dat ook anderen dan belanghebbenden kunnen deelnemen aan de participatieprocessen bedoeld in het derde lid. 

Artikel 8 Inrichting van het participatieproces

  • 1. Het verantwoordelijke bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces een startdocument vast. Daarin wordt expliciet besloten over in ieder geval naast de leidraad "Participatiemodel Zandvoort" met als ondertitel "Hoe doen we dat in Zandvoort?" vastgesteld d.d. 26 oktober 2004, de volgende punten:
    1. het exacte onderwerp van het participatieproces;
    2. het doel van de participatie;
    3. het niveau van de participatie, waarbij een gemotiveerde keuze wordt gemaakt uit: raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen;
    4. de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd;
    5. de schaal waarop het participatieproces speelt;
    6. wie de belanghebbenden zijn;
    7. of ook anderen dan belanghebbenden aan het proces kunnen deelnemen;
    8. de wijze en het tijdstip waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;
    9. de wijze waarop het bestuursorgaan communiceert over de inrichting en inhoud van het participatieproces;
    10. de wijze en het tijdstip waarop het bestuursorgaan reageert op de uitkomsten van het participatieproces;
    11. de begroting van de kosten van het participatieproces.
  • 2. Het betrokken bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces gepaste wijze. In deze kennisgeving wordt ingegaan op de in het eerste lid, onder a tot en met i, bedoelde punten.

  • 3. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid onder d of de inrichting van het proces als bedoeld in het eerste lid onder h aan te passen, draagt het betrokken bestuursorgaan er zorg voor dat dit onverwijld bekend wordt gemaakt.

Artikel 9 Eindverslag van het participatieproces
  • 1. Ter afronding van het participatieproces maakt het bestuursorgaan een eindverslag op.
  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval:
    1. een overzicht van de gevolgde procedure;
    2. een weergave van de inbreng van degenen die hebben deelgenomen aan hetparticipatieproces;
    1. een overzicht van de afspraken die op basis van het participatieproces zijngemaakt.
  • 3. Indien het participatieproces het karakter heeft van raadplegen, adviseren of coproduceren geeft het bestuursorgaan een inhoudelijke reactie op de geleverde inbreng.
  • 4. Voor zover geleverde inbreng niet wordt gevolgd, geeft het bestuursorgaan de redenen daarvoor aan.
  • 5. Het bestuursorgaan draagt er zorg voor dat het eindverslag openbaar wordt gemaakt.

HOOFDSTUK 4 Algemene bepalingen
Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van haar bekendmaking.

Artikel 11 De Ronde Tafelbijeenkomst kan dienen als voortraject van het participatietraject zoals bedoeld in deze verordening maar dient geenszins als vervanging van het participatietraject. Wel dient te worden voorkomen dat er twee trajecten separaat worden gevolgd. Aanvullend heeft het een toegevoegde waarde, overlappend is ongewenst.

Artikel 12 Overgangsrecht
Indien vóór de inwerkingtreding van deze verordening is besloten om inspraak te verlenen, gelden voor die inspraakprocedure de richtlijnen uit het "Participatiemodel Zandvoort" met als ondertitel "Hoe doen we dat in Zandvoort?" vastgesteld d.d. 26 oktober 2004.

Artikel 13 Citeertitel
De verordening wordt aangehaald als: Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012.

Algemene toelichting bij Inspraak- en participatieverordening gemeente Zandvoort 2012
Versterking van burgerbetrokkenheid is een speerpunt in het beleid van de gemeente Zandvoort. Bij goede burgerparticipatie horen duidelijke regels, eenvoudige en doelmatige procedures en goed 'verwachtingsmanagement". Deze verordening voorziet daarin. Gekozen is voor een raamregeling die veel ruimte laat voor maatwerk. Inspraak en participatie kunnen alleen goed uit de verf komen als de zorgvuldigheid, de redelijkheid en de billijkheid steeds voorop staan. Dat verdraagt zich slecht met een al te gedetailleerde regeling. De verordening behandelt twee vormen van burgerbetrokkenheid die goed van elkaar ge- en onderscheiden moeten worden: inspraak en participatie. De gemeente Zandvoort hecht veel waarde aan participatie, als het instrument bij uitstek om burgers en eventueel maatschappelijke organisaties aan te spreken op hun medeverantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de kustplaatsgemeente.

Participatie doet een beroep op hun oplossingsgerichtheid en creativiteit. De Zandvoorte participatiepraktijk zoals deze zich de laatste jaren heeft ontwikkeld krijgt een formele basis in deze verordening.

Inspraak
Belanghebbenden kunnen via inspraak hun mening geven over een plan dat gereed is voor bestuurlijke besluitvorming, zodat het eventueel nog kan worden aangepast voordat het betreffende bestuursorgaan erover beslist. Of inspraak wordt verleend, beslist elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden. Inspraak wordt altijd verleend indien de wet of een gemeentelijke verordening daartoe verplicht. Het betreffende bestuursorgaan kan ook anderen dan belanghebbenden aan de inspraak laten deelnemen als het bestuursorgaan veronderstelt dat daardoor een kwalitatief beter en/of een breder gedragen beleid tot stand komt.
Inspraak moet worden onderscheiden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het inspreekrecht bij de gemeenteraad informatievergaderingen. Andere mogelijkheden die buiten de verordening vallen zijn: het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren, het houden van informatiebijeenkomsten enz.

Participatie
Daarnaast moet inspraak ook worden onderscheiden van participatie, ook wel interactieve beleidsvorming genoemd. Het uitwisselen van ideeën tussen burgers en gemeente (tweerichtingsverkeer) is het belangrijkste kenmerk van participatie. Participatie is een werkwijze waarbij het bestuursorgaan, veelal vóórdat er sprake is van een concreet beleidsvoornemen, relevante partijen (zoals burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven, deskundigen of andere overheden) bij de beleidsontwikkeling betrekt. In een participatieproces wordt getracht om in een open en evenwichtige samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering of evaluatie van beleid te komen. Participatie mobiliseert daarbij de kennis en steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan het bestuursorgaan op voorhand niet weet - of nog niet wil bepalen - hoe deze opgelost zullen worden. Bij participatie wordt vaak een aantal keren van gedachten gewisseld. Het betreffende bestuursorgaan kan ook anderen dan belanghebbenden aan een participatieproces laten deelnemen als het bestuursorgaan veronderstelt dat daardoor een kwalitatief beter en/of een breder gedragen beleid tot stand komt.

In beginsel geen dubbeling inspraak en participatie
Om nodeloze vertraging in beleidsprocessen te voorkomen geldt als hoofdregel dat er in beginsel geen dubbeling van inspraak en participatie plaatsvindt. Dit houdt in dat als inspraak (wettelijk voorgeschreven of niet) wordt toegepast, er in beginsel geen participatie wordt gehouden. Bij grote en complexe dossiers kan van deze regel worden afgeweken. Zo zou het een gemiste kans zijn als bijvoorbeeld WMO-plannen, waarvoor inspraak verplicht is, tot stand zouden komen zonder een brede inbreng in het voortraject van instellingen, organisaties en individuele burgers.

Andere vormen van burgerbetrokkenheid
Naast participatie en inspraak zijn er nog andere momenten waarop de gemeente de Zandvoortse ingezetenen bij beleid betrekt. Het gaat vaak om min of meer reguliere samenwerkingsverbanden via bijvoorbeeld de Ronde Tafel bijeenkomsten. De term burgerbetrokkenheid wordt hier vaak voor gebruikt. Deze vormen van burgerparticipatie vallen buiten het bereik van deze verordening. Doorgaans bestaat er voor deze samenwerkingsverbanden een afzonderlijk statuut of reglement.

Internet als nieuw instrument
Bij zowel inspraak als samenspraak kunnen verschillende middelen worden ingezet om mensen te bereiken. Internet is daarbij een belangrijk nieuw medium. Het vormt, naast de gebruikelijke manier van publiceren, een extra service voor de Zandvoortse bevolking, omdat burgers aan inspraak of participatie kunnen deelnemen op momenten die hen uitkomen. Daarnaast bereikt de gemeente met internet ook doelgroepen die niet zo gauw naar een bijeenkomst gaan, zoals jongeren. Beide aspecten dragen bij aan de toegankelijkheid van inspraak en participatie.

Klachten
Indien een deelnemer aan een participatieproces het niet eens is met de wijze waarop het bestuursorgaan hem/haar heeft bejegend, kan hij/zij ingevolge artikel 9.1 van de Awb hiertegen een klacht indienen. Een dergelijke klacht kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de wijze waarop het betrokken bestuursorgaan op zijn/haar inbreng heeft gereageerd. Maar er kan ook worden geklaagd over het feit dat de gemeente geen participatie geeft terwijl een burger vindt dat dit wel gemoeten had, over het gekozen participatieniveau, over vormfouten tijdens het proces of over onvoldoende onderbouwing van gemaakte keuzes. De klacht wordt ingediend bij het bestuursorgaan dat de participatie heeft georganiseerd of (volgens de klager) had moeten organiseren.

Dat zal dus als regel het college zijn. Het college geeft op de ingediende klacht een gemotiveerde reactie. Als de klager zich niet kan vinden in die reactie kan hij zich vervoegen bij de burgemeester van Zandvoort.

gbz@gbz.nu
Terug naar de inhoud