Recht en bestuur - GBZ Acrhief

Gemeente Belangen Zandvoort

Archief

Ga naar de inhoud

Recht en bestuur

M-Boulevard
Recht en Bestuur


Recht en Bestuur.

Vooraf.

De maatschappij wordt ingewikkelder, raad en college zijn niet alleen uitvoerder van rijksbeleid, maar tevens moeten lokale wensen en noden uitgevoerd worden met zelf geheven belastinggeld of overheidsbijdragen. De Raad en het College moeten dat samen doen waarbij de raad de richting aangeeft het college inricht en (laat) verricht(en), en daar verantwoording over moet afleggen.

De hang naar zelfontplooiing, zelfontwikkeling en zelfbevestiging, en je eigen “ding” doen is groeiende, het ego van het individu en de wensen die daarmee samenhangen zijn belangrijker in de beleving van het publiek. Deze liberale denkrichting is verworden van “denk wat je wil”in “doen wat je wil”, als het laatste niet lukt dan stapt men naar de rechter. Deze houding noopt juist tot meer regelgeving in plaats van minder, terwijl het rijk en GBZ nu juist vermindering en vereenvoudiging van regels en regeldruk voorstaan. De gemeenteraad en het college zijn een besluitenmachine, die machine moet tussen individueel, groeps- en algemeen belang door laveren. Nu de grote ideologieën hebben afgedaan komt “besturen” richting politieke ideologie meer neer op goed besturen met hier en daar een politieke nuance. Het hebben van een strategie, een visie, missie, en focus, dat kunnen onderbouwen en uitdragen is van essentieel belang. Dus niet het wenseninwilliging van individuele of deelbelangen en die buiten de besluitvorming houden. Het “plezieren” enkelen om “vrienden” te ,maken en stemmen te winnen houdt het doen van beloftes in, belofte maakt schuld en leidt tot een onvoorspelbare overheid, geldverspilling en rechtsongelijkheid.

Vuistregels bij besluitvorming.


De genomen besluiten- als gevolg van een door de raad vastgesteld beleid moeten voldoen aan wetgeving en daarbij behorende procedures en ingepast zijn in het gene wat is afgesproken, waarbij de controlefunctie bij de raad ligt.

Elk besluit moet goed gemotiveerd zijn.
Er moet vertrouwen tussen raad, bevolking en college zijn.
Gelijke kwesties moeten zoveel mogelijk gelijk behandeld worden.
De besluiten moeten zorgvuldig genomen worden.
Besluiten moeten in verhouding staan tot de te nemen maatregelen in relatie tot het op te lossen probleem of gestelde doel.
Het besluitvormingsproces moet “eerlijk” verlopen, dwz dat informatie tijdig beschikbaar is, goed onderbouwd moet worden en niet afhankelijk is van personen, persoonlijke voor of – afkeur voor groepen of individuen.
Maatregelen, sancties ge-en verboden moeten met de aangedragen of voorbijkomende kwestie zelf van doen hebben, en niet in verband gebracht worden met andere doelen en wensen van betrokkenen.
Meestal hebben besluiten financiële gevolgen, de betrokkenen bij dat besluit hebben een grote verantwoordelijkheid bij het uitgeven van belastinggeld, daar hoort een betrouwbaar en voorzichtig bestuur bij. Die voorzichtigheid en betrouwbaarheid zit in de personen die besturen zelf . De mate van integriteit en het innerlijk kompas van de bestuurders is hierin cruciaal. Die geschiktheid bestaat uit eigenschappen en gedragingen. De Wet Financieel Toezicht ( WFt) is een beoordelingskader dat bij het besturen deze gemeente van pas kan komen. Onderdeel van deze wet is het Besluit Prudentiele Regels (BPR). De bestuurder moet waarheidlievend zijn,hij/zij moet verantwoordelijkheidszin hebben, wetsgetrouwheid nastreven, en beschikken over openheid, prudentie, puntualiteit en discretie. Gelezen hebbende de rapporten van de Rekenkamer Zandvoort, en de conclusies uit het onderzoek Bestuurskracht Zandvoort, kan er nog wel het een en ander verbeterd worden. Te beginnen om een inspanning te verrichten om de aanbevelingen op te volgen. Rechtmatigheid en Zorgvuldigheid zijn hierbij sleutelbegrippen.

Rapport Bestuurskracht


Onder het motto “regeren is vooruitzien” beveelt de externe onderzoekscommissie het college en de raad aan:

1) Meer visie ten toon te spreiden.

2) Zich meer te focussen op de belangrijke zaken.

3) Een duidelijker rolverdeling tussen raad en college af te spreken.


1) Visie: Betere richtinggevende keuzes voor de toekomst.

2) Focus: Meer concreet invullen door prioriteiten te stellen.

3) “Rolverdeling” : Duidelijker naar elkaar toe te zijn m.b.t. ieders bedoelingen, een andere toonzetting, onderling vertrouwen en professioneel gedrag.

Actiepunten:

“de stukken goed lezen”.
“concreet collegeplan”.
“meer informeel overleg”.
“collegiaal bestuur”.
“duidelijker agenda”.
“gebruik maken van derden buiten de gemeente”.
” van een onheldere visie een heldere maken”.
GBZ is van mening dat de visie er wel is maar keer op keer door de raad niet ingevuld wordt.

Rapport sturing en beheersing stedelijke vernieuwingsprojecten


“De raad is niet proactief, doet geen voorstellen, denkt niet mee”.
“De raad geeft niet aan wat ze wil, weet niet op welk moment ze wat wil weten”.
“Als afspraken al nagekomen worden of vastgelegd, worden ze weer teruggedraaid of herzien”.
“College zou het initiatief moeten nemen om tot informatieprotocol te komen”.
“Er wordt teveel gesteggeld over details”.
Rapport inhoudende de kritiek op de juridische kwaliteit.

(“Veelvuldig Onzorgvuldig”).


“Dossiervorming is slecht; inhoudelijk vol gebreken”.
“Dossiers worden niet voorzien van een collegeadvies”.
“Geen contact met bezwaarmakers”.
“Slechte communicatie met belanghebbenden o.a. post”.
“Slechte personele bezetting”.
“Besluiten worden niet gemotiveerd”.
“Termijnen worden overschreden”.
“Bij rechtszaken worden geen terzake deskundigen afgevaardigd”.
“bezwaar en beroepsprocedures zijn met 200% toegenomen”.
“problemen rond bezwaarschriften concentreren zich rond sociale zaken”.
Er worden veelvuldig fouten gemaakt met betrekking tot juridische procedures. o.a.

1) Niet tijdig beslissen.

2) Gebrekkige motivering.

3) Helemaal geen motivering.

4) Geen jurisprudentieonderzoek .

5) Niet zorgvuldig (algemeen onderzoek) .

En verder is het verloop onder het juridische personeel te hoog, de richtlijnen van de interim juridisch kwaliteitsmanager zijn niet eens in het college besproken, het college wacht op de raad en de raad wacht op het college, zo gebeurt er dus niets.

Het rapport is opgesteld naar aanleiding van interviews met college, raad en externe juristen (leden van de commissie bezwaar en beroep) . De conclusies zijn dus ingegeven door de personen die (mede) verantwoordelijk zijn voor dit beleid.

Dit vindt GBZ heel apart. Onze conclusie is dat er nog veel te winnen valt, en het huidige bestuur ernstige steken heeft laten vallen.

gbz@gbz.nu
Terug naar de inhoud